- Carl Huybrechts
- Erik Van Looy
- Gunter Lamoot
- Guy Mortier
- Herman Brusselmans
- Jean Blaute
- Jens Mortier
- Johan De Tandarts van Luc
- Joyce Roodnat
- Kees Van Koten
- Kurt Audenaert
- Lies Lefever
- Luc Alloo
- Marc Coenen
- Marcel Vanthilt
- Mark Uyterhoeven
- Martin Heylen
- Michiel De vliegher
- Teun Van Zanten
- Tim Van Hamel
- Tom Lanoye
- Urbanus
- Veerle Dobbelaere
- Walter van Steenbrugge
- Wim Helsen
Erik Van Looy

The horror, the horror…' Aldus fluisterde Marlon Brando in één van mijn favoriete films ooit, Apocalypse Now.
Brando had gelijk: het was de horror, daar in Vietnam. Net zoals het nu de horror is in Irak, Afghanistan en zoveel andere gebieden waar mensen het niet van nature op elkaar hebben begrepen. België lijkt soms ook zo'n land. Maar de gespletenheid lijdt hier gelukkig niet tot oorlog.
En dus fluisteren we 'the horror, the horror' als we in file staan op de E-19, als de cola te lauw wordt geserveerd, of als R. Antwerp F.C. met 2-0 verliest bij Oostende. We kennen geen oorlog en dus zijn we verwende watjes. Altijd geweest.
Ooit was er zelfs een tijd dat ik de tekenles als de absolute horror beschouwde. Ik kon en kan namelijk niet tekenen. En neem dat maar héél letterlijk: ik teken zo lachwekkend slecht, dat iedereen tijdens Pictionary in een verre boog om me heen gaat zitten. Niemand wil of kan raden wat mijn tekeningen precies voorstellen. En let wel, ik streef naar naturalisme, niet naar abstractie. Ik doe echt mijn best om een pompoen er te laten uitzien als een pompoen. En toch roept mijn Pictionary-partner dan 'voetbalveld!'. Of 'rugbybal!'. Lachen! Niet kunnen tekenen. Bestaat er een medische term voor? Een remedie? Op school ging het zo ver dat ik klasgenootjes omkocht om tekeningen in mijn plaats te maken. Ze gooiden er soms met hun pet naar, maar het resultaat leverde altijd meer punten op dan het beste wat ik zelf te bieden had. En de leraar merkte het nooit. Al keek hij wel eens achterdochtig, met name die keren dat we de tekening reeds aan het einde van de les moesten afgeven en er geen bedrog meer mogelijk was. Momenten van afschuw. O wat haatte ik de tekenleraar! 'Ik ook', vertelde Kama me onlangs, 'tekenen was op school mijn slechtste vak'. Kijk eens aan, is dat nu een grapje? Nee hoor: de grote Kamagurka, de leverancier van al het moois in deze onvolprezen Kamalmanak, gruwde als kleuter, tiener en adolescent ook van het tekenlokaal. Te eigenzinnig, wellicht. Of kon hij ooit écht niet tekenen? Mocht dat waar zijn, dan rest er mij nog hoop. Stel je voor dat ik ooit wel een pompoen op een wit blad kan toveren! Of dat ik de Pictionary-partners plots voor het uitkiezen zal hebben! Helaas, ik geloof het niet. Ik vrees dat het talent nooit zal komen en dat wit papier en kleurpotloden mijn eeuwige aartsvijanden zullen blijven. Om van de gevreesde passer nog te zwijgen. 'The horror, the horror…'
Erik van Looy
Brando had gelijk: het was de horror, daar in Vietnam. Net zoals het nu de horror is in Irak, Afghanistan en zoveel andere gebieden waar mensen het niet van nature op elkaar hebben begrepen. België lijkt soms ook zo'n land. Maar de gespletenheid lijdt hier gelukkig niet tot oorlog.
En dus fluisteren we 'the horror, the horror' als we in file staan op de E-19, als de cola te lauw wordt geserveerd, of als R. Antwerp F.C. met 2-0 verliest bij Oostende. We kennen geen oorlog en dus zijn we verwende watjes. Altijd geweest.
Ooit was er zelfs een tijd dat ik de tekenles als de absolute horror beschouwde. Ik kon en kan namelijk niet tekenen. En neem dat maar héél letterlijk: ik teken zo lachwekkend slecht, dat iedereen tijdens Pictionary in een verre boog om me heen gaat zitten. Niemand wil of kan raden wat mijn tekeningen precies voorstellen. En let wel, ik streef naar naturalisme, niet naar abstractie. Ik doe echt mijn best om een pompoen er te laten uitzien als een pompoen. En toch roept mijn Pictionary-partner dan 'voetbalveld!'. Of 'rugbybal!'. Lachen! Niet kunnen tekenen. Bestaat er een medische term voor? Een remedie? Op school ging het zo ver dat ik klasgenootjes omkocht om tekeningen in mijn plaats te maken. Ze gooiden er soms met hun pet naar, maar het resultaat leverde altijd meer punten op dan het beste wat ik zelf te bieden had. En de leraar merkte het nooit. Al keek hij wel eens achterdochtig, met name die keren dat we de tekening reeds aan het einde van de les moesten afgeven en er geen bedrog meer mogelijk was. Momenten van afschuw. O wat haatte ik de tekenleraar! 'Ik ook', vertelde Kama me onlangs, 'tekenen was op school mijn slechtste vak'. Kijk eens aan, is dat nu een grapje? Nee hoor: de grote Kamagurka, de leverancier van al het moois in deze onvolprezen Kamalmanak, gruwde als kleuter, tiener en adolescent ook van het tekenlokaal. Te eigenzinnig, wellicht. Of kon hij ooit écht niet tekenen? Mocht dat waar zijn, dan rest er mij nog hoop. Stel je voor dat ik ooit wel een pompoen op een wit blad kan toveren! Of dat ik de Pictionary-partners plots voor het uitkiezen zal hebben! Helaas, ik geloof het niet. Ik vrees dat het talent nooit zal komen en dat wit papier en kleurpotloden mijn eeuwige aartsvijanden zullen blijven. Om van de gevreesde passer nog te zwijgen. 'The horror, the horror…'
Erik van Looy